Denk bij het maken van deze opdracht aan de regels voor het maken van een grafiek. (zie Grafiek maken)
1. Zie onderstaande gegevens over de massa van de inhoud van de boeken uit een boekenkast.
Tijd (jaar)
Massa (kg)
1
40
2
80
3
120
4
160
5
200
6
240
7
280
8
320
a. Zet deze gegevens in een grafiek. Denk hierbij aan de regels voor het maken van een grafiek.
b. Welk soort verband bestaat er tussen de tijd en de massa van de boeken?
c. Wat is de jaarlijkse toename aan de massa van de boeken?
d. Wat is de richtingscoëfficiïent van de lijn in je grafiek?
2. Zie onderstaande gegevens over de massa en het volume van een stof.
Volume (cm3)
Massa (g)
1
19
2
39
3
57
4
77
5
78
6
115
7
135
a. Zet deze gegevens in een grafiek. Denk hierbij aan de regels voor het maken van een grafiek.
b. Welk soort verband bestaat er tussen de massa en het volume?
c. Met hoeveel neemt de massa toe per cm3?
d. Wat is de richtingscoëfficiïent van de lijn in je grafiek?
e. Hoe wordt dit verband tussen de massa en het volume van een stof ook wel genoemd?
f. Om welke stof gaat het hier?
1. Zie onderstaande gegevens over de massa van de inhoud van de boeken uit een boekenkast.
b. Welk soort verband bestaat er tussen de tijd en de massa van de boeken?
c. Wat is de jaarlijkse toename aan de massa van de boeken?
d. Wat is de richtingscoëfficiïent van de lijn in je grafiek?
2. Zie onderstaande gegevens over de massa en het volume van een stof.
b. Welk soort verband bestaat er tussen de massa en het volume?
c. Met hoeveel neemt de massa toe per cm3?
d. Wat is de richtingscoëfficiïent van de lijn in je grafiek?
e. Hoe wordt dit verband tussen de massa en het volume van een stof ook wel genoemd?
f. Om welke stof gaat het hier?